Advocaten die in hun hoedanigheid binnen een gerechtsgebouw optreden tijdens een zitting van de rechtbank, Gerechtshof of Hoge Raad, dienen te zijn gekleed in toga en met een bef. Dit staat geregeld in het Koninklijke besluit van 22 december 1997 (reglement II). Het doel achter deze kledingeis is het uitdrukking geven aan onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht ten opzichte van partijen. Elke schijn van partijdigheid dient te worden vermeden. De toga moet neutraliteit van de rechter ten opzichte van (de advocaten van) partijen waarborgen.
terug naar overzicht veel gestelde vragen