Is de gewijzigde Arbowet privacy proof?

zaterdag 23 september, 2017

 

Door: Maaike Hilhorst, advocaat arbeidsrecht en privacyrecht. September 2017.

Per 1 juli 2017 is de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet) aangepast. Werknemers hebben sindsdien de mogelijkheid een second opinion aan te vragen bij een andere bedrijfsarts. De eerste bedrijfsarts dient voor de second opinion relevante informatie aan de andere bedrijfsarts te verstrekken. Is dit privacy proof?

Lees ook: het blog van Ariënne Inden: “Gaat de nieuwe Arbowet werken?” op CHRO en het artikel van Myrthe van den Heuvel: “Q&A – de nieuwe Arbowet“.

Op 1 februari 2017 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) de wetgever geadviseerd over de vraag of de gewijzigde Arbowet privacy proof is. De AP adviseerde om toe te lichten op welke wettelijke bepalingen de gegevensverwerking is gebaseerd en aandacht te besteden aan het noodzakelijkheidsvereiste.

Noodzakelijkheidsvereiste
Verwerking van persoonsgegevens mag nooit verder gaan dan noodzakelijk voor het doel. De tekst van de nieuwe Arbowet is na het advies van de AP zo gewijzigd dat enkel relevante (lees: noodzakelijke) informatie door de eerste bedrijfsarts wordt verstrekt. Denk hierbij aan informatie over de werkzaamheden van de werknemer en medische informatie.

Wettelijke bepalingen
De wetgever heeft in de Nota van Toelichting de wettelijke bepalingen waarop de gegevensverwerking is gebaseerd toegelicht. Er moet aan drie wettelijke bepalingen uit de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) zijn voldaan, voordat de eerste bedrijfsarts gegevens aan de andere bedrijfsarts mag verstrekken.

Allereerst dient de verwerking van de persoonsgegevens gebaseerd te zijn op een van de wettelijke grondslagen uit artikel 8 Wbp. De second opinion is een behandelingsovereenkomst. De wettelijke grondslag is volgens de Nota van Toelichting dan ook gelegen in de gegevensverwerking voor de uitvoering van de overeenkomst. Hieraan wordt dus voldaan.

Ten tweede dient sprake te zijn van een wettelijke uitzonderingsgrond. Verwerking van gegevens betreffende iemands gezondheid is immers in beginsel verboden. Volgens de Nota van Toelichting is de uitzondering gelegen in de uitdrukkelijke toestemming van de werknemer. Een dergelijke toestemming dient vrij te zijn gegeven. De toestemming van werknemers wordt in beginsel echter niet geacht vrij te zijn gegeven. Meestal zal namelijk sprake zijn van druk vanuit de werkgever. Vrije toestemming wordt wel aangenomen als er een ander belang in het spel is. In dit geval wordt de second opinion door de werknemer aangevraagd. Hij zal belang hebben bij een herbeoordeling. Mijns inziens is dan ook verdedigbaar dat de toestemming om noodzakelijke gegevens te verstrekken in dit geval vrij is gegeven.

De bedrijfsarts heeft daarnaast een geheimhoudingsplicht op grond waarvan gegevens niet aan de andere bedrijfsarts mogen worden verstrekt. Om de gegevens toch te mogen verstrekken, dient de werknemer toestemming te geven.

Conclusie
De wetgever heeft het advies van de AP ter harte genomen en de gewijzigde Arbowet gewijzigd en toegelicht. Er is een wettelijke grondslag en het noodzakelijkheidsvereiste is opgenomen. Is de wet nu privacy proof? Naar mijn mening wel als de werknemer in het concrete geval zijn toestemming voor de gegevensverwerking ‘vrij’ heeft gegeven. De AP heeft zich hier echter (nog) niet over uitgelaten.

Heeft u vragen over de gewijzigde Arbowet of privacyrecht? Neem dan contact op met de praktijkgroep Arbeidsrecht van Marree en Dijxhoorn Advocaten via 033- 422 19 00.