Compensatie Transitievergoeding bij arbeidsongeschiktheid en verval vereiste gelijkwaardige voorziening bij CAO

7 november 2016

Door Ariënne Inden

Eindelijk is een wetsvoorstel ingediend over de compensatie van de Transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid. De compensatie kan met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015 worden aangevraagd. De compensatie wordt door het UWV verstrekt vanuit de Awf, waar een verhoging van de (uniforme) premie tegenover zal staan. De compensatie is gemaximeerd tot de Transitievergoeding waar een werknemer recht op zou hebben per einde loonbetalingsplicht of , indien dat bedrag lager is, het bedrag aan loon dat de werkgever gedurende de 104 weken heeft betaald. Een periode van loonsanctie telt niet mee. Compensatie kan gevraagd worden in geval van (1) het niet verlengen van tijdelijke arbeidsovereenkomst waarbij werknemer op de eind datum ziek is, (2) opzegging of ontbinding vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid en (3) beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. Naar verwachting wordt het wetsvoorstel per 1 januari 2018 van kracht.

Nu geldt de regel dat in geval van bedrijfseconomisch ontslag een in de CAO opgenomen voorziening (gekapitaliseerd) gelijkwaardig moet zijn aan de Transitievergoeding. Voorgesteld wordt om deze regel af te schaffen. CAO partijen zullen dan zelf mogen bepalen wat de inhoud en omvang is van de voorziening. Deze kan ook alleen bestaan uit een van-werk-naar-werk traject. Reden hiervoor is dat het vereiste van gelijkwaardigheid een belemmering kan vormen om collectieve afspraken te maken of om tot een reorganisatie te komen in het geval van kleine werkgevers. Ook deze maatregel wordt waarschijnlijk per 1 januari 2018 van kracht, maar kan ook eerder of later dan de compensatieregels worden ingevoerd.