Olympische nieuwsflits Sportdesk 23 februari 2018

dinsdag 22 mei, 2018

Doel van TeamNL is behaald

Chef de mission Jeroen Bijl gaf kort voor de start van de Olympische Spelen aan dat vijftien medailles het doel moest zijn voor TeamNL op de Olympische Winterspelen in Pyeongchang. Inmiddels zitten we kort voor het einde en staat TeamNL op zeventien plakken. Zeven gouden, zes zilveren en vier bronzen.

De meest bizarre medaille werd behaald bij de shorttrackdames. De dames reden de b-finale. Normaal gesproken komt men dan niet meer in aanmerking voor een medaille. Immers, in de a-finale rijden al vier teams, terwijl er maar drie plakken te verdelen zijn. Dat China én Canada in de a-finale gediskwalificeerd werden en Nederland er alsnog met een medaille vandoor ging, mag dan ook als zeer bijzonder worden beschouwd. Een niet verwachte beloning voor het wereldrecord dat zij hadden gereden.

Voor zowel de mannen als de vrouwen bij de ploegenachtervolging verliep de race niet helemaal volgens verwachting. De vrouwen haalden zilver na een spannende race tegen een sterk Japan. De mannen haalden helaas de finale niet, nadat ze bijna anderhalve seconde later dan de latere Olympisch Kampioen Noorwegen over de finish kwamen. Een mooi moment beleefde tot slot Suzanne Schulting. Zij reed achteraan, maar met een fraaie inhaalactie gaf zij de vrouwen voor haar het nakijken en behaalde zij goud.

Zojuist stond de 1.000 meter bij de mannen op het programma. Favoriet Kjeld Nuis behaalde ook op dit nummer goud, waardoor TeamNL wederom een medaille aan de verzameling kan toevoegen.

Onrechtmatig handelen in sport- en spelsituaties

Bij de huldiging van de mannenachtervolgingsploeg, afgelopen woensdag, zijn twee vrouwen per ongeluk geraakt door de zogenaamde medailletegel. Deze werd door de schaatsers het publiek in gegooid. Op het internet staat een filmpje waarop het voorval te zien is.

Indien een van de dames (letsel)schade zou hebben geleden door het voorval, dan zou zij naar Nederlands recht de veroorzaker van de schade kunnen aanspreken. Degene die aan een ander schade toebrengt als gevolg van ‘onrechtmatig handelen’ is immers gehouden die schade te vergoeden, als dat handelen aan hem kan worden toegerekend. Als onrechtmatig handelen worden volgens de wet aangemerkt (i) een inbreuk op een recht, (ii) een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of (iii) hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen, indien er een rechtvaardigingsgrond voor het handelen bestaat.

In de hierboven omschreven situatie bestaat het handelen uit het gooien van de medailletegel richting het publiek. Of dit handelen als onrechtmatig kan worden beschouwd wordt beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden van het geval. Van belang zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat de medailletegel erg zwaar lijkt te zijn en dat de schaatsers deze met zijn drieën lijken op te moeten tillen. Het is erg onverstandig om een dergelijk zwaar object in het publiek te gooien. Van belang zou ook kunnen zijn hoe de sfeer was. Was deze uitbundig, werden er dingen gegooid of werd het gooien van de tegel (wat overigens niet blijkt uit het filmpje) bijvoorbeeld ook aangekondigd?

Een bijzondere situatie als het gaat om onrechtmatig handelen doet zich voor ingeval van ‘sport- en spelsituaties’ Op basis van de rechtspraak wordt handelen in een sport- en spelsituatie minder snel onrechtmatig geacht. Dit komt – kort gezegd – doordat deelnemers aan een sport of een spel in redelijkheid tot op zekere hoogte gevaarlijke, slecht gecoördineerde, verkeerd getimede of onvoldoende doordachte handelingen of gedragingen waartoe die sport of dat spel uitlokt, van elkaar moeten verwachten. Het enkele overtreden van een spelregel is op zichzelf overigens nog niet onrechtmatig, maar zal wel meewegen in de beoordeling van de onrechtmatigheid. Het op een zeer grove wijze inbreuk maken op (belangrijke) spelregels zal een zeer zwaarwegende factor zijn en mogelijk op zichzelf al voldoende zijn voor de kwalificatie als onrechtmatige daad. Buiten een sport- of een spelsituatie geldt deze verhoogde aansprakelijkheidsdrempel niet: dergelijke gedragingen hoeven niet van elkaar te worden verwacht. Dit betekent uiteraard niet dat iedere gedraging binnen een sport- of spelsituatie geoorloofd is. Beoordeeld zal moeten worden of de gedraging van een deelnemer aan de sport of het spel te verwachten is binnen de aard van het spel. Is dit niet het geval, dan zal de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel de kwalificatie als onrechtmatige daad niet kunnen tegenhouden.

Onderscheid dient te worden gemaakt tussen deelnemers en niet-deelnemers aan een sport of spel. Een niet-deelnemer kan zijn een ‘toeschouwer’, maar ook een toevallige ‘passant’. Een toeschouwer is bij een wedstrijd aanwezig om de wedstrijd te kunnen bekijken en is zich tot op zekere hoogte dus bewust van bepaalde gevaren die zich zouden kunnen voordoen: een bal die in het publiek vliegt bijvoorbeeld. Anders dan een toevallige passant, zit de toeschouwer dus in de ‘gevarenzone’. Om die reden geldt ook voor toeschouwers de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel.

De situatie met de medailletegel valt niet aan te merken als een sport- en spelsituatie. Het in het water gooien van een (vrijtetijds-)voetbaltrainer door de spelers tijdens een kampioensfeest werd door het Hof Amsterdam in 2005 niet als sport- en spelsituatie beschouwd. Het in het water gooien vond geruime tijd ná de wedstrijd plaats, op een andere plaats dan waar het kampioenschap was behaald. Ook in de hierboven omschreven situatie in Pyeongchang is sprake van een kampioensfeest dat plaatsvond geruime tijd ná het behalen van de medaille en bovendien op een andere plek dan waar de wedstrijd gereden werd. Om deze reden is in het bovengenoemde geval dus geen sprake (meer) van een sport- en spelsituatie. Dit betekent dus dat er geen verhoogde aansprakelijkheidsdrempel zou gelden, maar dat de rechter de vraag naar de aansprakelijkheid van de tegelgooiende sporters waarschijnlijk zal beoordelen aan de hand van de ‘normale’ onrechtmatige daad maatstaf.

De MenD Sportdesk

De MenD Sportdesk biedt de kennis en ervaring op die terreinen waar partijen in de sportwereld mee in aanraking komen. Naast sportclubs, sporters en werkers in de sport adviseren we ook ondernemingen die bijvoorbeeld leverancier zijn in de sportwereld of als sponsor betrokken zijn.

We hebben ruime ervaring als lid van rechtsprekende organen van diverse sportbonden, als bestuurslid van sportverenigingen, als legal partner van de FGHS (brancheorganisatie voor sportleveranciers) en als begeleider van individuele sporters.

Vragen?

Mocht u nog vragen hebben dan kunt u een e-mail sturen aan sportdesk@mend.nl

Over ons

MenD Advocaten is gevestigd te Amersfoort en Amsterdam en richt zich op ondernemingen en ondernemers. MenD adviseert en procedeert op onder meer de volgende terreinen commerciële contracten, vennootschappelijke structuren, vastgoed, fusie en overnames, HRM, IT, privacy, verzekeringen en aansprakelijkheid, financieringen en privacy.

Sportdesk

Onze rechtsgebieden