Opvolgend werkgever aansprakelijk voor achterstallige pensioenpremies

11 november 2016

Door:  Kim Schuurmans

Wanneer een onderneming of een zelfstandig onderdeel wordt verkocht, gaat personeel automatisch mee over. Er is dan sprake van een overgang van onderneming en de koper wordt gezien als de opvolgend werkgever. Uit een recente uitspraak van de Hoge Raad blijkt dat achterstallige pensioenpremies een aanzienlijk risico kunnen vormen voor de opvolgend werkgever.

Wat speelde er?

Een schoonmaakbedrijf, genaamd GOM, heeft in mei 2008 met een activatransactie de vennootschap VBG overgenomen. Zij heeft hierbij van rechtswege werknemers van VBG overgenomen. Na het sluiten van de koopovereenkomst is VBG vervolgens gefailleerd.

Voor de werknemers van het schoonmaakbedrijf is deelneming in het Bedrijfspensioenfonds voor het Glazenwassers- en Schoonmaakbedrijf verplicht gesteld. De overgenomen werknemers zijn aangemeld bij dit Bedrijfspensioenfonds en per mei 2008 is door het schoonmaakbedrijf pensioenpremie betaald.

Enige tijd later, in april 2011, informeert het Bedrijfspensioenfonds het schoonmaakbedrijf over het totaalbedrag aan premieachterstand voor de van VBG overgenomen werknemers. Dit betreft een forse achterstand van bijna 2 miljoen euro in hoofdsom en was ontstaan vóór het moment van overgang van onderneming.

Gerechtelijke procedure

In de gerechtelijke procedures die tussen het schoonmaakbedrijf en het Bedrijfspensioenfonds volgden, stond onder andere de vraag centraal of het schoonmaakbedrijf gehouden was de achterstallige pensioenpremies aan het Bedrijfspensioenfonds te voldoen.

De Hoge Raad heeft deze vraag vervolgens bevestigend beantwoord, waarbij het van belang was dat de werknemers onder de verkopende partij VBG verplicht deelnamen in hetzelfde Bedrijfspensioenfonds als onder het schoonmaakbedrijf.

De Hoge Raad overwoog dat: “(…) een redelijke, en uit het oogpunt van een effectieve rechtsbescherming van de werknemers wenselijke, uitleg van de art. 7:663 en 7:664 BW mee [brengt] dat bij overgang van een onderneming – behoudens de in art. 7:664 lid 1 BW genoemde uitzonderingen – in het geval de werknemer zowel voor als na de overgang van de onderneming verplicht deelneemt in hetzelfde bedrijfstakpensioenfonds, dit pensioenfonds een eigen recht verkrijgt tegen de verkrijger van de onderneming tot inning van eventueel achterstallige pensioenpremies. Het bedrijfstakpensioenfonds kan het vorderingsrecht dat het terzake kon uitoefenen jegens de overdragende werkgever, na overgang van de onderneming derhalve op dezelfde voet uitoefenen jegens de verkrijgende werkgever.”

De verplichting tot betaling van vóór de overgang van de onderneming door VBG onbetaald gelaten pensioenpremies is in dit geval dus overgegaan op het schoonmaakbedrijf.

Conclusie

Een koper doet er dus verstandig aan om tijdens onderhandelingen rekening te houden met een mogelijke achterstand in pensioenpremies.


Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op via 033 422 1900, wij staan u graag te woord.

De uitspraak is te vinden via deze link